De Verschijningen

Tussen 15 januari en 2 maart 1933 verscheen Onze-Lieve-Vrouw acht keer aan Mariette Beco als De Maagd der Armen. De Verschijningskapel werd in gebruik genomen op 15 augustus 1933. De echtheid van de Verschijningen en de Boodschap werden erkend door Mgr. L.J. Kerkhofs, bisschop van Luik, op 22 augustus 1949.

De Verschijningen in 1933

 

Mariette Beco werd op 25 maart 1923 geboren als oudste van een gezin van zeven kinderen. Het gezin bewoonde een bescheiden arbeiderswoning aan de rand van het bos, buiten het dorp van Banneux. Op 15 januari 1933 om 7 u ’s avonds verschijnt een mooie Dame in de tuin van het huis. Zij wenkt Mariette om naar buiten te komen, maar de moeder van Mariette is bang en verbiedt het kind naar buiten te gaan.

Woensdag 18 januari, 19 uur, Mariette is in de tuin. Zij bidt er geknield. Plots verlaat Mariette de tuin en gaat de weg op, terwijl de Dame haar voorgaat. Tot twee keer toe valt ze op de knieën. Een derde keer knielt ze dicht bij een kleine bron die door de hoge wegberm sijpelt. De Dame zegt: Steek uw handen in het water. Mariette doet het. Zij herhaalt wat de Dame haar zegt: Deze bron is Mij voorbehouden. De verschijning verdwijnt dan met de woorden: Goede avond. Tot ziens.

Donderdag 19 januari is het slecht weer. Mariette knielt rond 19 uur op het tuinpad. De Dame verschijnt. Mariette vraagt haar: Wie bent u, mooie Dame? Ik ben de Maagd der Armen. Daarop leidt Maria het kind langs de weg naar de bron. Mariette vraagt nog: Mooie Dame, gisteren hebt u gezegd: deze bron is aan mij voorbehouden. Waarom aan mij? Terwijl zij dit vraagt, duidt Mariette zichzelf aan. Met een glimlach antwoordt O.-L.-Vrouw: Deze bron is voorbehouden voor alle naties… voor de ziekenMariette antwoordt met dank u. Maria voegt er nog aan toe: Ik zal voor je bidden. Tot ziens.

Vrijdag 20 januari blijft Mariette de hele dag in bed, ze heeft die nacht slecht geslapen. Even voor 19 uur staat ze op, kleedt zich aan en gaat naar buiten. Wanneer O.-L.-Vrouw verschijnt, roept Mariette: Daar is zij! Zij vraagt: Wat verlangt u, mooie Dame? Glimlachend antwoordt O.-L.-Vrouw: Ik zou een kleine kapel willen. Maria strekt dan de handen uit en zegent het kind.

Gedurende drie weken onderbreekt Maria haar bezoek. Mariette blijft echter trouw: elke avond om 19 uur gaat ze bidden in de tuin.

Zaterdag 11 februari is Mariette weer neergeknield in de tuin. Plots staat het meisje op en begeeft zich op weg naar de bron. Ze knielt weer twee keer en steekt de handen in het water. Ze maakt een kruisteken. Ze loopt plots terug naar huis en huilt. Zij begrijpt niet wat de Dame heeft gezegd: Ik kom het lijden verlichten. Tot ziens. Ze begrijpt het woord ‘verlichten’ niet.

Weer gaan drie dagen voorbij. Op woensdag 15 februari verschijnt O.-L.-Vrouw voor de zesde keer. Mariette brengt de vraag van kapelaan Jamin over: Heilige Maagd, mijnheer kapelaan heeft me gezegd u een teken te vragen. Maria antwoordt: Geloof in Mij, Ik zal in u geloven. Zij voegt er nog aan toe: Bid veel. Tot ziens. O.-L.-Vrouw vertrouwt het kind ook nog een geheim toe.

Op maandag 20 februari ligt er sneeuw en ijs: het is bitter koud. Zoals gewoonlijk is de mooie Dame neergedaald en leidt zij het kind naar de bron. Bij de bron gekomen zegt de H. Maagd, glimlachend zoals altijd: Mijn lief kind, bid veel. Dan glimlacht zij niet meer en zegt, voordat ze weggaat, met ernstige stem: Tot ziens!

Mariette wacht tien dagen voor ze Maria weerziet, en nu voor de laatste keer. Zij verschijnt op donderdag 2 maart. Het regent onafgebroken sinds 15 uur. Mariette gaat naar buiten om 19 uur. Ze is al aan het derde rozenhoedje wanneer het plots ophoudt met regenen. Mariette zwijgt, strekt de armen uit, staat op, zet een stap en knielt. Terug thuis brengt ze de Boodschap van de Maagd der Armen over: Ik ben de Moeder van de Verlosser, Moeder van God! Maria legt haar de handen op en zegt: Bid veel. Vaarwel!

Publicités